Youngtimer als auto van de zaak: in 2026 nog slim, of toch beter elektrisch?

| Geschreven door Bas
youngtimer-of-elektrisch-rijden-als-ondernemer

Update: 17 september 2026

Een youngtimer als auto van de zaak klinkt aantrekkelijk: rijden in een auto uit een hoger segment, met een bijtelling die op papier flink lager uitpakt dan bij een nieuwe auto. Toch is 2026 een kantelpunt. Het kabinet heeft op Prinsjesdag het Belastingplan 2027 gepresenteerd, met nieuwe leeftijdsgrenzen voor youngtimers en een uitwerking van de pseudo-eindheffing. Daarnaast schiet een oudere auto vaak tekort op uitstoot, veiligheid, betrouwbaarheid en comfort. In dit artikel lees je wanneer een youngtimer nog wel loont, wanneer je beter iets anders kiest, hoe de pseudo-eindheffing wordt berekend, en waarom een elektrische occasion voor steeds meer ondernemers de slimmere route is.

Hoe zit de youngtimerregeling er in 2026 voor?

Een youngtimer is een auto die een bepaalde leeftijd heeft bereikt en daardoor onder een aparte fiscale regeling valt. In 2026 moet een auto minimaal 16 jaar oud zijn (dat was 15 jaar). Rijd je de auto ook privé, dan betaal je geen bijtelling over de oorspronkelijke cataloguswaarde, maar 35% over de waarde in het economisch verkeer, oftewel de dagwaarde.

Dat percentage is hoger dan de gebruikelijke 22%, maar de grondslag is veel lager. Een voorbeeld: een auto die ooit 50.000 euro kostte en nu nog 8.000 euro waard is, levert een bijtelling op van 35% van 8.000 euro, dus 2.800 euro per jaar. Bij een nieuwe auto met dezelfde cataloguswaarde zou je op 22% van 50.000 euro uitkomen. Dat verschil is precies waarom ondernemers de regeling zo interessant vinden.

Er loopt daarnaast nog overgangsrecht. Auto's die in de loop van 2025 wel 15 maar nog geen 16 jaar oud werden en die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking stonden, mogen in 2026 het hele jaar onder de youngtimerregeling blijven vallen. Dat is vastgelegd in een beleidsbesluit met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.

De fiscale bodem verschuift: wat verandert er in 2027 en 2028?

De leeftijdsgrens gaat stapsgewijs omhoog

Eerder lag er een plan om de leeftijdsgrens per 1 januari 2027 in één keer te verhogen naar 25 jaar. Dat gaat volgens het Belastingplan 2027 niet door. In plaats daarvan wordt de grens per 1 januari 2027 17 jaar en per 1 januari 2028 20 jaar. Daarna blijft de grens op 20 jaar staan. De bijtelling voor een youngtimer blijft 35% over de dagwaarde.

Wat betekent dat per bouwjaar?

  • Bouwjaar 2007 of ouder: valt nu en in de toekomst onder de youngtimerregeling.
  • Bouwjaar 2008: valt in 2026 en 2027 onder de regeling. In 2028 geldt de regeling vanaf de dag dat de auto 20 jaar oud wordt.
  • Bouwjaar 2009 tot en met 2011: deze auto's zijn in 2028 nog geen 20 jaar oud. Ze vallen dan tijdelijk buiten de regeling, totdat ze die leeftijd bereiken.

Voor auto's die uiterlijk op 31 december 2025 al als youngtimer werden gebruikt, geldt een overgangsregeling: die blijven heel 2027 youngtimer, ongeacht de productiedatum. Voor 2028 ontbreekt zo'n overgangsregeling voor de bouwjaren 2009 tot en met 2011. Stichting Autobelangen pleit ervoor om dat gat alsnog te dichten. De plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer, dus er kan nog iets veranderen.

Wat als je auto tijdelijk buiten de regeling valt?

Valt een auto buiten de youngtimerregeling, dan geldt de reguliere bijtelling over de oorspronkelijke cataloguswaarde. Voor auto's met een datum eerste toelating vóór 1 januari 2017 is dat volgens artikel 36c Wet LB 25%. Laat je eigen situatie narekenen, want het exacte percentage hangt af van de datum eerste toelating.

Een voorbeeld: een auto uit 2010 met een cataloguswaarde van 50.000 euro en een dagwaarde van 8.000 euro. In 2027 is die auto 17 jaar en dus youngtimer: 35% van 8.000 euro is 2.800 euro bijtelling per jaar. In 2028 is dezelfde auto 18 jaar en valt hij buiten de regeling: 25% van 50.000 euro is 12.500 euro per jaar. Pas in 2030, als de auto 20 jaar wordt, geldt de youngtimerregeling weer.

Wie nu een auto uit 2009, 2010 of 2011 in de zaak haalt, moet dus rekening houden met een tijdelijke maar flinke stijging in 2028 en 2029. Dat kan ook de restwaarde van deze bouwjaren onder druk zetten.

Pseudo-eindheffing: 12% extra voor de werkgever

Er komt in 2027 nog een tweede fiscale maatregel. Vanaf 1 januari 2027 betaalt een werkgever een pseudo-eindheffing van 12% over de waarde van elke personenauto die niet volledig emissievrij is en die ook voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld. Dat geldt dus ook voor hybrides. De heffing staat los van de bijtelling van de werknemer en komt er bovenop. Let op: voor deze regeling telt woon-werkverkeer mee als privégebruik, anders dan bij de gewone bijtelling. Een eigen bijdrage van de werknemer verandert er niets aan.

Dagwaarde of cataloguswaarde? Zo zit de grondslag in elkaar

Dit is de vraag die in de praktijk het vaakst wordt gesteld. De grondslag van de pseudo-eindheffing hangt af van de vraag of de auto op dat moment een youngtimer is. Daarbij geldt de leeftijdsgrens die op dat moment in de loonbelasting van toepassing is:

  • Valt de auto niet onder de youngtimerregeling, dan is de grondslag de catalogusprijs inclusief bpm. Je betaalt dan 12% over de nieuwprijs.
  • Valt de auto wel onder de youngtimerregeling, dan is de grondslag de waarde in het economisch verkeer. Je betaalt dan 12% over de dagwaarde.

Terug naar de auto uit 2010 met een cataloguswaarde van 50.000 euro en een dagwaarde van 8.000 euro, die vanaf 2027 voor het eerst ter beschikking wordt gesteld:

  • In 2027 is de auto 17 jaar en youngtimer: 12% van 8.000 euro is 960 euro pseudo-eindheffing, bovenop een bijtelling van 35% over 8.000 euro.
  • In 2028 is de auto 18 jaar en geen youngtimer: 12% van 50.000 euro is 6.000 euro pseudo-eindheffing, bovenop een bijtelling van 25% over diezelfde 50.000 euro.

Het hele voordeel van een youngtimer zit in het rekenen over de lage dagwaarde. Valt de auto tijdelijk buiten de regeling, dan rekenen zowel de bijtelling als de pseudo-eindheffing met de hoge historische nieuwprijs.

Wie betaalt de heffing, en vanaf wanneer?

De pseudo-eindheffing komt volledig voor rekening van de werkgever en mag niet worden doorberekend aan de werknemer. Voor de zzp-praktijk betekent dat:

  • Werk je als eenmanszaak of VOF zonder personeel, dan geldt de pseudo-eindheffing niet voor je eigen auto, want er is geen dienstverband.
  • Rijd je via je eigen bv, dan tel je als directeur-grootaandeelhouder mee als werknemer en krijg je er wel mee te maken.
  • Heb je personeel met een fossiele auto van de zaak, dan raakt de heffing die voertuigen.

De heffing geldt alleen voor fossiele auto's die vanaf 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking worden gesteld. Heeft de werkgever de auto vóór 2027 al aan een werknemer ter beschikking gesteld, dan geldt overgangsrecht. Volgens het Belastingplan 2027 loopt dat niet meer tot 17 september 2030, maar tot en met 31 december 2030. Stapt de werknemer over naar een andere werkgever en neemt hij de auto mee, dan vervalt het overgangsrecht.

Het kabinet heeft daarnaast een aantal uitzonderingen aangekondigd:

  • Een vervangende auto bij schade, reparatie, onderhoud of een bandenwissel is per periode maximaal 14 dagen uitgezonderd.
  • Tot 1 januari 2031 mag een fossiele auto per werkgever één keer per kalenderjaar maximaal zeven aaneengesloten dagen ter beschikking worden gesteld zonder heffing. Duurt het langer, dan vervalt de uitzondering helemaal.
  • Lesauto's worden vrijgesteld.

Deze aanpassingen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer. De kern blijft: stel je een fossiele youngtimer pas vanaf 2027 voor het eerst ter beschikking, dan betaal je meteen pseudo-eindheffing. Meer achtergrond lees je in ons artikel over de pseudo-eindheffing en waar de kansen liggen.

Waar een youngtimer in de praktijk tegenaan loopt

De fiscale rekensom is één ding. Maar een auto van 16 jaar of ouder is technisch een kind van een andere tijd, en dat merk je dagelijks.

Uitstoot en toegang tot de stad

Veel youngtimers rijden op diesel of oude benzinemotoren met een lage Euronorm. Voor dieselpersonenauto's geldt in 2026 een milieuzone in Amsterdam, Arnhem, Den Haag en Utrecht. In de strengste (blauwe) zones van Amsterdam, Arnhem en Utrecht kom je met een diesel alleen binnen als die minimaal emissieklasse 5 heeft. Oudere diesels, Euro 4 en lager, worden geweerd, en de handhaving loopt via kentekencamera's met een boete van 130 euro per overtreding. Rijd je op benzine, dan raken deze milieuzones je op dit moment niet, want de regels gaan alleen over diesel.

Belangrijker is de richting. Steeds meer steden voeren een milieuzone in of scherpen die aan, en voor bestel- en vrachtauto's gelden inmiddels zero-emissiezones in bijna dertig gemeenten. Een oudere diesel wordt daarmee elk jaar in meer plaatsen een blok aan je been. Als je klanten of projecten in de stad zitten, is dat geen theoretisch risico maar een dagelijkse beperking.

Veiligheid

Een auto uit 2010 mist vrijwel alles wat de afgelopen jaren standaard is geworden: automatische noodremsystemen, rijstrookassistentie, adaptieve cruisecontrol, vermoeidheidsdetectie en de nieuwste generatie airbags. Voor wie veel kilometers maakt of personeel laat rijden, is dat een serieuze afweging. Moderne veiligheidssystemen voorkomen ongelukken die met oudere techniek gewoon gebeuren.

Betrouwbaarheid, onderhoud en onderdelen

Hoe ouder de auto, hoe groter de kans op reparaties en hoe hoger de onderhoudskosten. Bij sommige modellen worden onderdelen bovendien slecht leverbaar, waardoor een reparatie langer duurt. Voor een ondernemer die zijn auto nodig heeft om te werken, is stilstand vaak duurder dan de reparatie zelf. De fiscale besparing die je op de bijtelling maakt, kan zo deels of helemaal wegvallen tegen werkplaatskosten en gemiste omzet.

Comfort en connectiviteit

Ook op comfort en techniek merk je de leeftijd. Geen adaptieve cruisecontrol op de snelweg, een verouderd navigatiesysteem, en vaak geen Apple CarPlay, Android Auto of een fatsoenlijke bluetooth-carkit. Handsfree bellen en je muziek of navigatie via je telefoon zijn dan niet vanzelfsprekend. Sommige van deze zaken zijn achteraf in te bouwen, bijvoorbeeld een modern audiosysteem met carkit, maar dat kost geld en levert zelden dezelfde integratie op als een auto die er af fabriek voor is gebouwd.

Wanneer is een youngtimer nog wél interessant?

Ondanks alles kan een youngtimer in specifieke situaties nog steeds een verstandige keuze zijn. Namelijk als:

  • je de auto ook privé rijdt en er dus bijtelling speelt, want daar zit het hele voordeel;
  • de oorspronkelijke cataloguswaarde hoog was en de huidige dagwaarde juist laag, zodat het verschil groot uitpakt;
  • je weinig in binnensteden met milieuzones hoeft te zijn, of op benzine rijdt;
  • je een beperkt aantal kilometers per jaar maakt, waardoor onderhoudsrisico en brandstofkosten minder zwaar wegen;
  • je als eenmanszaak of VOF rijdt zonder personeel, want dan raakt de pseudo-eindheffing je niet;
  • de auto uit 2008 of eerder komt. Die blijft ook na 2027 onder de regeling vallen, en houdt daarmee niet alleen de lage bijtelling maar ook de lage grondslag voor de pseudo-eindheffing.

Rijd je aantoonbaar minder dan 500 privékilometers per jaar en houd je een sluitende rittenregistratie bij, dan betaal je geen bijtelling. In dat geval verdwijnt het belangrijkste argument voor een youngtimer, en kies je puur op basis van rijkosten en betrouwbaarheid. Rijd je via een bv, houd er dan rekening mee dat woon-werkverkeer voor de pseudo-eindheffing wel als privégebruik telt.

Wanneer kun je beter iets anders kiezen?

Een youngtimer is meestal niet de handigste keuze wanneer:

  • je regelmatig steden met milieuzones in moet en op diesel zou rijden;
  • je afhankelijk bent van je auto en je geen onverwachte reparaties of stilstand kunt gebruiken;
  • veiligheid, comfort en connectiviteit voor jou of je personeel belangrijk zijn;
  • je veel kilometers maakt, want dan tikken de hoge brandstofprijzen hard aan;
  • je via een bv rijdt en de auto pas in 2027 voor het eerst ter beschikking stelt, want dan komt de pseudo-eindheffing er meteen bovenop;
  • je een auto uit 2009, 2010 of 2011 overweegt, want die valt in 2028 tijdelijk buiten de regeling. Bijtelling en pseudo-eindheffing worden dan berekend over de cataloguswaarde.

Het alternatief: een elektrische occasion met vaste, lage bijtelling

Precies op de punten waar de youngtimer tekortschiet, scoort een elektrische auto goed, en dan hoeft dat geen dure nieuwe auto te zijn. Een paar jaar oude elektrische occasion combineert moderne techniek met een gunstige fiscale positie. En een volledig elektrische auto valt buiten de pseudo-eindheffing, want die geldt alleen voor personenauto's die niet volledig emissievrij zijn.

Een bijtelling die je jaren vasthoudt, en mogelijk nog langer

Voor een volledig elektrische auto is de bijtelling in 2026 18% over de eerste 30.000 euro, en dat percentage staat 60 maanden vast vanaf de eerste tenaamstelling. Het tarief plakt bovendien aan de auto, niet aan jou. Een elektrische occasion kan daardoor nog een lager historisch percentage meedragen dan een nieuwe auto van nu. Je weet dus precies waar je aan toe bent.

Daar komt iets belangrijks bij. Het kabinet wil met een nieuwe regeling voor elektrische occasions de periode waarin het verlaagde bijtellingstarief geldt verlengen van 60 naar 96 maanden, oftewel van vijf naar acht jaar. Juist de elektrische occasion van vijf jaar en ouder wordt daarmee een stuk aantrekkelijker, omdat de fiscale sprong na vijf jaar uitblijft. Autoblog rekende het voor met een elektrische auto uit 2021 van 45.000 euro bij een marginaal tarief van 40,4%: over acht jaar zou de bijtelling zonder verlenging op ongeveer 11.999 euro uitkomen en met verlenging op ongeveer 7.151 euro, een verschil van bijna 4.850 euro netto. In dit artikel over de greentimer- en e-timerregeling lees je hoe de overheid het gebruik van elektrische occasions verder wil stimuleren. Definitief is het pas als het Belastingplan 2027 is aangenomen, maar de richting is duidelijk: de fossiele auto van de zaak wordt afgeremd, de elektrische occasion wordt aangemoedigd.

Lagere rijkosten, zeker nu

De brandstofprijzen liggen hoog. Door de aanhoudende onrust in het Midden-Oosten en de druk op de Straat van Hormuz schommelt de benzineprijs rond ruim 2,50 euro en diesel richting de 2,70 euro per liter. Daar kwam nog een risico bovenop: de tijdelijke accijnskorting zou per 1 januari 2027 aflopen. Samen met de uitgestelde indexaties had dat ruwweg 26 cent per liter voor benzine en 17 cent voor diesel kunnen schelen, inclusief btw.

Het kabinet wil die afbouw langer uitsmeren. Dat voorkomt een klap ineens op 1 januari, maar het verandert niets aan het structurele plaatje: tanken blijft duur en de accijnskorting is per definitie tijdelijk. Een elektrische auto is per kilometer een stuk goedkoper, en dat verschil loopt op naarmate je meer kilometers maakt. We rekenden het uit in dit artikel over de stijgende brandstofprijzen.

Slim laden wordt nog aantrekkelijker

Per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling voor zonnepanelen. Teruggeleverde stroom levert dan minder op, waardoor het loont om je eigen opgewekte stroom zoveel mogelijk zelf te gebruiken. En je elektrische auto is verreweg de grootste verbruiker die je hebt. Laad je overdag op je eigen zonnestroom, of stuur je het laden met een dynamisch energiecontract naar de goedkope uren, dan druk je je kosten per kilometer verder. Precies op het moment dat salderen wegvalt, wordt een elektrische auto dus een handige manier om je zonnestroom te benutten.

Klaar voor de stad en voor de toekomst

Een elektrische auto mag alle milieuzones en zero-emissiezones in, nu en in de toekomst. Je loopt niet het risico dat een volgende aanscherping je buiten de stad zet. Daar komt bij dat je moderne veiligheid, comfort en connectiviteit gewoon aan boord hebt.

Eén kanttekening: de prijzen lopen op

De keerzijde is dat elektrische occasions in trek zijn. De vraag steeg begin 2026 met tientallen procenten, mede door de hoge brandstofprijzen, en de gemiddelde prijs van een elektrische occasion liep op richting de 34.000 euro. De echte koopjes van vorig jaar worden schaarser. Toch is de grootste afschrijving bij een paar jaar oude elektrische auto al door de eerste eigenaar opgevangen, wat een occasion nog steeds interessant maakt ten opzichte van nieuw.

Youngtimer of elektrisch? Zo maak je de keuze

Kort samengevat: een youngtimer blijft ook na 2027 bestaan, maar de leeftijdsgrens gaat naar 17 en daarna 20 jaar. Een youngtimer is vooral interessant voor wie weinig kilometers maakt, buiten de milieuzones blijft en een auto rijdt die niet in het gat van 2028 valt. Rijd je via een bv, dan komt de pseudo-eindheffing er vanaf 2027 bovenop. Valt de auto buiten de youngtimerregeling, dan gaat die 12% over de oude nieuwprijs in plaats van over de lage dagwaarde.

Een elektrische occasion biedt een vaste, lage bijtelling, lage rijkosten, geen pseudo-eindheffing en toegang tot elke stad, zonder verrassingen achteraf. Wil je die overstap maken zonder in één keer een groot bedrag neer te leggen? Met financial lease rijd je zakelijk in een nieuwe of gebruikte elektrische auto, bouw je eigenaarschap op en houd je je maandlasten voorspelbaar. Bekijk de mogelijkheden op financialleasezzp.nl of vraag vrijblijvend een berekening aan.

De genoemde percentages, regelingen en prijzen zijn gebaseerd op de stand van zaken op 17 september 2026, na de presentatie van het Belastingplan 2027 op Prinsjesdag. De nieuwe leeftijdsgrenzen van de youngtimerregeling, de aanpassingen aan de pseudo-eindheffing, de regeling voor elektrische occasions en de accijnzen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer en kunnen nog veranderen. Controleer voor je definitieve keuze altijd de actuele cijfers en laat je eigen situatie doorrekenen door je accountant of belastingadviseur.

€
€
€

€ - p/m

Nieuws