Auto kopen in december om box 3 te ontwijken: werkt dat?
In Nederland hebben we er een sport van gemaakt om zo min mogelijk belasting te betalen. Gezien de druk is dat niet zo gek. En elk jaar rond de kerst duikt dezelfde vraag op: kan ik mijn spaargeld niet even omzetten in een auto, zodat er op 1 januari weinig op mijn rekening staat?
Het idee is niet gek bedacht. Alleen valt het in de praktijk hard tegen. Hieronder de rekensom, de juridische kant en het punt dat de meeste ondernemers over het hoofd zien.
Hoe box 3 werkt in 2026
Box 3 kent één peildatum: 1 januari. Wat je op die dag aan privévermogen hebt, telt voor het hele jaar. Wat je op 2 januari uitgeeft of binnenkrijgt, verandert daar niets meer aan.
| Box 3 in 2026 | Bedrag of percentage |
|---|---|
| Heffingsvrij vermogen per persoon | € 59.357 |
| Met fiscale partner | € 118.714 |
| Forfait bank- en spaartegoeden (voorlopig) | 1,28% |
| Forfait overige bezittingen (definitief) | 6,00% |
| Belastingtarief | 36% |
Die eerste regel is belangrijk: pas boven bijna € 60.000 aan privévermogen begint het verhaal. Met een fiscale partner ligt de grens op ruim € 118.000.
Waarom een auto op papier aantrekkelijk lijkt
Roerende zaken die je voor eigen gebruik hebt, zijn vrijgesteld in box 3. Je auto, je inboedel, je boot, je sieraden: die tellen niet mee.
Daar zit de gedachte achter de truc. Op 29 december haal je € 90.000 van je rekening en koop je een auto. Op 1 januari staat er op je rekening bijna niets meer en in je garage iets wat niet meetelt. In februari verkoop je de auto en is het geld weer terug.
Op papier klopt dat. Tot je gaat rekenen.
De rekensom
Stel je hebt € 150.000 aan privéspaargeld en geen fiscale partner. Boven de vrijstelling houd je € 90.643 over waarover je box 3 betaalt.
Dat vermogen valt in de categorie banktegoeden, met een forfait van 1,28%. Over dat berekende rendement betaal je 36%. Onder de streep komt dat neer op ongeveer € 418 aan belasting per jaar.
Dat is het bedrag dat je met de auto-truc zou besparen. Nu de andere kant.
Een auto van € 90.000 koop je bij een dealer inclusief diens marge en verkoop je terug zonder die marge. Reken op 10 tot 15% verschil tussen wat je betaalt en wat je er zes weken later voor terugkrijgt. Dat is € 9.000 tot € 13.500.
| Bedrag | |
|---|---|
| Besparing box 3 in één jaar | ongeveer € 418 |
| Verlies bij kopen en terugverkopen | € 9.000 tot € 13.500 |
| Resultaat | ruim twintig keer duurder |
Zelfs als je alles privé regelt en de dealermarge omzeilt, betaal je overschrijvingskosten, verzekering en een maand afschrijving. En je auto krijgt een tweede tenaamstelling binnen enkele weken op de kentekenhistorie. Dat is bij doorverkoop geen pluspunt. De besparing is met andere woorden het probleem niet. De transactiekosten zijn dat.
En dan de juridische kant
Stel dat je het toch financieel rond zou krijgen. Dan loop je tegen drie dingen aan.
De vrijstelling geldt voor eigen gebruik
Roerende zaken zijn vrijgesteld omdat ze bedoeld zijn voor consumptie. Koop je iets uitsluitend om je vermogen tijdelijk te parkeren en verkoop je het direct weer, dan is van eigen gebruik weinig sprake.
De 70%-regel
Houd je een roerende zaak hoofdzakelijk aan als belegging, dus voor ten minste 70%, dan hoort die alsnog in box 3. Dan tel je hem mee tegen de waarde in het economisch verkeer op 1 januari, en val je bovendien in de categorie overige bezittingen met een forfait van 6% in plaats van 1,28%. Je bent dan slechter af dan met het geld op de rekening.
De bewijslast hiervoor ligt bij de inspecteur. Maar een aankoop eind december en een verkoop begin januari is niet het soort patroon waarmee je die discussie wint.
Het Ferrari-arrest zegt iets anders dan mensen denken
Dit arrest uit 1993 wordt vaak aangehaald in dit verband, meestal verkeerd. Het gaat niet over aankopen rond de jaarwisseling, maar over de vraag of een klassieke auto een voorwerp van kunst of wetenschap kan zijn en daarmee onder die vrijstelling valt.
De Hoge Raad oordeelde dat dat kan. Het moet dan gaan om voorwerpen die het waard zijn om voor het nageslacht bewaard te blijven, en ze moeten worden bewaard op een manier die bewaring in een museum zo dicht mogelijk benadert.
De betreffende Ferrari, onderdeel van een serie van twaalf, viel er níét onder. Reden: de auto werd af en toe op de openbare weg en op het circuit gebruikt, en dat past niet bij een voorwerp met museale waarde. Het arrest is dus geen vrijbrief maar juist een illustratie van hoe smal die uitzondering is.
Wat veel ondernemers over het hoofd zien
Hier komt het punt dat in dit soort discussies zelden wordt gemaakt, terwijl het voor ondernemers het belangrijkste is. Ben je ondernemer voor de inkomstenbelasting, dan valt je ondernemingsvermogen in box 1, niet in box 3. Dat geldt voor je bedrijfsauto, je apparatuur, je voorraad én voor de zakelijke rekening die tot je ondernemingsvermogen behoort.
Een auto die je zakelijk aanschaft of via financial lease financiert, staat dus sowieso niet in box 3. Niet omdat je iets slims doet, maar omdat hij daar simpelweg niet thuishoort.
De box 3-vraag gaat alleen over je privévermogen. Voordat je gaat rekenen, is het dus zinvol om met je boekhouder na te lopen wat er werkelijk in box 3 zit. Voor een deel van de ondernemers is het antwoord: minder dan gedacht.
Wat wél zinvol is
Geen trucs, maar dingen die gewoon kloppen.
- Betaal rekeningen die je toch moet betalen vóór de jaarwisseling. Openstaande facturen, de belastingaanslag, een geplande investering. Dat verlaagt je vermogen zonder dat je iets verliest, want het geld was toch al weg.
- Doe een geplande aankoop in december in plaats van in februari. Ging je die nieuwe keuken of dat zonnepanelensysteem toch al aanschaffen, dan is timing gratis.
- Check de tegenbewijsregeling. Is je werkelijke rendement in een jaar lager dan het forfaitaire, dan kun je belasting betalen over dat lagere werkelijke rendement. Let op: ongerealiseerde waardestijgingen tellen daarbij wel mee.
- Kijk naar de verdeling tussen jou en je fiscale partner. Samen heb je ruim € 118.000 vrijstelling.
- Financier je bedrijfsauto in plaats van hem contant af te rekenen. Je houdt liquiditeit in je onderneming, je bouwt eigendom op en de rente is aftrekbaar. Dat is een afweging over je bedrijfsvoering, niet over box 3.
Conclusie
De auto-truc is een klassiek geval van een idee dat juridisch net aan verdedigbaar lijkt en rekenkundig nergens op slaat. Je betaalt duizenden euro's aan transactieverlies om een paar honderd euro belasting te ontwijken, en je nodigt de inspecteur uit voor een gesprek dat je liever niet voert.
Wil je een auto? Koop er dan een omdat je hem nodig hebt. Dat is doorgaans een betere reden dan de peildatum.
Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal advies. Voor je eigen situatie geldt: overleg met je boekhouder of belastingadviseur.