De Wet DBA is bedoeld tegen misbruik, niet als verdienmodel
Sinds de Belastingdienst begin 2025 weer handhaaft op schijnzelfstandigheid, is er een markt ontstaan. Niet van betere samenwerking tussen opdrachtgever en zelfstandige, maar van constructies die worden aangeprezen als een veilige route. Midlancing. Een 70/30-verdeling. Detachering. Payrolling. Er zijn inmiddels veel nieuwe woorden voor verzonnen. De boodschap aan opdrachtgevers is steeds dezelfde: zo loop je geen risico.
Wat er in de praktijk gebeurt, is dat er een laag tussen de opdrachtgever en de professional wordt geschoven. De opdrachtgever betaalt meer. De zelfstandige houdt minder over. Het verschil blijft hangen bij de partij die zichzelf heeft gepositioneerd als oplossing voor een probleem waar zij belang bij heeft dat het groot blijft. Angst verkoopt nu eenmaal goed.
De angst is niet verzonnen
Voordat we hier te makkelijk over doen. Opdrachtgevers hebben een reëel probleem. De Belastingdienst handhaaft weer, de beoordeling gebeurt langs de lijn van het Deliveroo-arrest en die norm is open geformuleerd. Een naheffing loonheffingen over een langere periode is geen kleinigheid.
Dat opdrachtgevers voorzichtig zijn geworden is dus wel logisch. De cijfers laten zien wat dat doet: een flink aantal zzp'ers is inmiddels overgestapt naar loondienst. Mediabedrijven en zorginstellingen schakelden terug naar vaste krachten. Het punt is niet dat de zorg onterecht is. Het punt is dat die zorg wordt gebruikt om een oplossing te verkopen die het onderliggende probleem niet oplost.
Het gesprek dat gevoerd zou moeten worden
De vraag is niet welke constructie je eromheen bouwt. De vraag is of jij daadwerkelijk ondernemer bent in die opdracht. Daar kijkt de Belastingdienst naar, en daar kun je zelf in sturen.
Waar het in de beoordeling vooral op vastloopt, is inbedding. Doe je hetzelfde werk als het vaste personeel, op dezelfde manier, met dezelfde behandeling? Dan wordt het lastig, hoe het contract er ook uitziet.
Wat je concreet kunt doen aan je eigen positie:
- Werk resultaatgericht. Niet "ik werk twee dagen per week voor je", maar een afgebakende opdracht met een begin, een eind en een vaste prijs. Factureer op oplevering, niet elke maand op een vast bedrag.
- Blijf herkenbaar extern. Geen intern e-mailadres, geen visitekaartje van de opdrachtgever, geen functietitel bij dat bedrijf op je LinkedIn.
- Zorg voor meerdere opdrachtgevers. En laat zien dat je daaraan werkt. Je website, je profiel en je acquisitie tellen mee in het beeld.
- Draag eigen risico. Kijk in je contract wie aansprakelijk is bij fouten. Ligt dat volledig bij de opdrachtgever, dan lijkt je situatie sneller op een dienstverband.
- Investeer in je eigen bedrijfsmiddelen. Eigen gereedschap, eigen apparatuur, eigen vervoer. Dat is zichtbaar ondernemersrisico.
Dit is ook waar het naartoe gaat. In de voorgestelde Zelfstandigenwet, met beoogde ingang per 1 januari 2028, komen negen criteria te staan waaraan je cumulatief moet voldoen om zekerheid te hebben. Werken voor eigen rekening en risico, een goede administratie voeren en je presenteren als zelfstandig ondernemer staan daar alle drie in.
Wat een overstap je concreet kost
Stap je over naar een constructie waarin je formeel geen ondernemer meer bent, dan verlies je niet alleen marge. Je verliest een hele fiscale positie.
Neem een zelfstandige met € 60.000 winst die aan het urencriterium voldoet.
| Als zelfstandige | Bedrag |
|---|---|
| Winst | € 60.000 |
| Zelfstandigenaftrek | − € 1.200 |
| Mkb-winstvrijstelling 12,7% | − € 7.468 |
| Belastbaar | € 51.332 |
In loondienst is dat volledige bedrag van € 60.000 belastbaar. Het verschil van ruim € 8.600 aan belastbare grondslag kost je bij een tarief van rond de 37,5% ongeveer € 3.250 per jaar. En dat is nog voor de marge die de tussenpartij rekent.
Daar komt bij wat je aan kostenaftrek verliest. Als ondernemer trek je je apparatuur, je vakliteratuur, je verzekeringen en je vervoer af van je winst. Ben je starter, dan verlies je bovendien de startersaftrek van € 2.123, die als enige regeling níét is afgebouwd.
En dan je auto
Hier zit een gevolg dat vrijwel nooit ter sprake komt tot het te laat is. Financial lease is een zakelijke financieringsvorm. Ben je geen ondernemer meer, dan kun je er geen gebruik van maken.
Dat raakt drie dingen tegelijk. Je kunt geen bedrijfsauto meer op je balans zetten, dus geen afschrijving en geen renteaftrek. Je verliest de investeringsaftrek, die bij een bestelauto van € 25.000 ongeveer € 2.295 aan belastingvoordeel oplevert. En een lopend contract zit er niet meer in als je van rechtsvorm wisselt.
Wie de overstap overweegt, doet er verstandig aan dat mee te wegen. Een zakelijke financiering regelen kan namelijk alleen zolang je nog ondernemer bent. Ben je eenmaal in loondienst, dan kom je uit bij een particuliere autolening, met andere voorwaarden en zonder de fiscale kant.
Wat je er wél voor terugkrijgt
Eerlijk blijven: loondienst is geen verlies over de hele linie. Je krijgt er bescherming voor terug die als zelfstandige volledig voor eigen rekening komt.
- Doorbetaling bij ziekte, tot twee jaar
- Recht op WW als het werk stopt
- Pensioenopbouw waaraan de werkgever meebetaalt
- Vakantiegeld en doorbetaalde vakantiedagen
- Geen debiteurenrisico en geen acquisitie
Voor wie in de praktijk toch maar één opdrachtgever heeft, weinig ondernemersrisico draagt en geen behoefte heeft aan de vrijheid, kan dat een prima ruil zijn. Bewust kiezen voor loondienst is geen nederlaag.
Waar het echt misgaat
Het probleem zit bij de tussenvorm. Bij constructies waarin je de vrijheid van het ondernemerschap kwijtraakt zonder de bescherming van loondienst terug te krijgen. Je bepaalt niet meer zelf je tarief, want dat loopt via de tussenpartij. Je fiscale voordelen zijn weg. Maar een vast contract heb je niet, pensioenopbouw is vaak mager en de zekerheid duurt precies zo lang als de opdracht.
Dat is het punt waarop de vraag gesteld moet worden: wie wordt hier nou eigenlijk beschermd? Krijg je van de een noch de ander de voordelen, dan betaal je voor een geruststelling die alleen op papier bestaat.
Stel daarom bij elk voorstel drie vragen. Wat kost deze constructie mij per jaar, in euro's? Welke bescherming krijg ik er precies voor terug, zwart op wit? En lost dit het onderliggende probleem op, of verplaatst het alleen het risico?
Waarom wij hier iets over zeggen
Fair is fair: wij zijn zelf een bemiddelaar. Wij zitten tussen de zelfstandige die een autolening nodig heeft en de bank die het geld verstrekt en wij verdienen hier aan. Een artikel over bemiddeling schrijven zonder dat te benoemen zou wat merkwaardig zijn.
Precies daarom dit onderscheid. Bemiddeling is niet het probleem. Een tussenpartij die toegang geeft tot iets wat je zelf niet had gekregen, die het werk doet dat jij niet wilt doen en die transparant is over wat dat kost, voegt gewoon waarde toe.
Het wordt een probleem zodra het verdienmodel rust op onzekerheid die je zelf in stand houdt. Als het argument voor je dienst niet is wat je toevoegt, maar wat er misgaat als je niet meedoet. En als de klant niet kan zien wat hij precies betaalt en waarvoor. Dat verschil zou de maatstaf moeten zijn. Niet het label op de constructie, maar de vraag of je erop vooruitgaat.
Tot slot
De Wet DBA is niet perfect en er is werk aan de winkel. Maar de wet is bedoeld om misbruik tegen te gaan, niet om als verkoopargument te dienen voor constructies die vooral de verkoper ervan gelukkig maken.
Niet elke tijdelijke opdracht waarin je meedraait in een team is verkapte loondienst. Soms is het gewoon een ondernemer die tijdelijk kennis levert, risico draagt en daarna weer verdergaat. Dat is geen probleem dat opgelost moet worden. Dat is hoe ondernemen werkt.
Dit artikel is algemene informatie en geen fiscaal of juridisch advies. Overweeg je een overstap, leg je situatie dan voor aan je boekhouder.