Motor of scooter van de zaak: 10 dingen waar je op moet letten in 2026
De auto van de zaak kent bijna iedere ondernemer. Maar dat je ook een motor, scooter, bromfiets of snorfiets op de zaak kunt zetten, weten veel zzp'ers niet. En dat is jammer, want fiscaal pakt een tweewieler op een aantal punten heel anders uit dan een auto. Soms in je voordeel, soms juist niet. In dit artikel zetten we tien punten op een rij die bepalen of een motor of scooter van de zaak voor jou slim is.
De regels hieronder gelden voor 2026 en zijn gebaseerd op de wetgeving zoals die per 1 januari 2026 geldt. Voor de cijfers en de fiscale achtergrond baseren we ons onder meer op de uitgave Motor, Scooter & Fiscus 2026 van ELBERT Fiscaal en RAI Vereniging.
1. Er bestaat geen vaste bijtelling voor een motor of scooter
Voor de auto van de zaak reken je met een forfait: een vast percentage van de cataloguswaarde, meestal 22 procent. Voor de fiets, e-bike en speed pedelec geldt 7 procent. Voor een motor, scooter, bromfiets of snorfiets bestaat zo'n forfait simpelweg niet. De wet noemt deze voertuigen niet in de uitzonderingen, dus val je terug op de hoofdregel: je wordt belast voor de werkelijke waarde van het privévoordeel.
In de praktijk betekent dat: aantal privékilometers maal de werkelijke kilometerprijs van dat voertuig. Formeel is dat dus geen bijtelling, maar in het dagelijks taalgebruik noemt iedereen het zo. Het verschil met de auto kan flink oplopen. Wie weinig privé rijdt op een motor van 15.000 euro, betaalt vaak een fractie van wat dezelfde 15.000 euro aan auto zou kosten. Meer achtergrond over de systematiek bij auto's lees je op onze pagina over bijtelling.
2. Je moet zelf een kilometerprijs berekenen
Die kilometerprijs valt of staat met je administratie. Je telt de jaarlijkse kosten van het voertuig bij elkaar op: afschrijving, verzekering, brandstof of stroom, onderhoud en eventueel motorrijtuigenbelasting. Dat totaal deel je door het aantal kilometers dat je dat jaar hebt gereden. De uitkomst vermenigvuldig je met je privékilometers.
Twee dingen om te weten. Zodra het voertuig volledig is afgeschreven, vallen de afschrijvingskosten weg en daalt je kilometerprijs stevig. De Belastingdienst mag daar niet alsnog een fictief afschrijvingsbedrag bij optellen. En schrijf je willekeurig af, dan reken je voor deze berekening met de normale afschrijving, niet met de versnelde.
3. Er is ook een praktische route via een huur- of leaseprijs
Elk jaar de werkelijke kosten uitrekenen is bewerkelijk. Er is een alternatief dat is toegestaan: je gaat uit van het bedrag dat je had moeten betalen om dat voertuig voor je privéritten te huren of te leasen. Dat kan een prijs per kilometer zijn, of een jaarbedrag dat je deelt door het totaal aantal gereden kilometers.
Belangrijk: het standaardbedrag van 0,23 euro per kilometer mag je hier niet voor gebruiken. Dat bedrag is bedoeld voor onbelaste reiskostenvergoedingen, niet voor het waarderen van privégebruik. Werk je met een huur- of leaseprijs, bewaar dan de onderbouwing. Een offerte van een leasemaatschappij of een uitdraai van een verhuurtarief is genoeg om later te laten zien waar je cijfer vandaan komt.
4. Geen privékilometers betekent geen bijtelling
Nul privékilometers maal welke kilometerprijs dan ook blijft nul. Rijd je het voertuig echt alleen zakelijk, dan is er dus niets te belasten. En hier zit meteen een belangrijk verschil met de auto: bij de auto moet jij bewijzen dat je onder de 500 privékilometers blijft, en dat is een zware bewijslast. Bij een motor of scooter geef je aan dat je niet privé rijdt, en is het aan de Belastingdienst om aannemelijk te maken dat dat niet klopt. Dat is een aanzienlijk lichtere toets.
Dat is geen vrijbrief. Rijd je wel privé, dan moet je kunnen laten zien hoe je aan je aantal kilometers komt.
5. Je administratie mag lichter, maar moet er wel zijn
Er geldt een vrije bewijsleer. Een sluitende rittenregistratie werkt in de praktijk het beste, maar het hoeft niet de enige route te zijn. Alternatieven die in beeld komen:
- Een vereenvoudigde registratie waarin je alleen de ritten buiten werktijd noteert, terwijl je zakelijke ritten uit je projectadministratie blijken.
- Een schriftelijk verbod op privégebruik met een sanctie erop, in combinatie met steekproeven. Dit werkt voor werknemers, voor jezelf als zzp'er meestal niet.
- Het voertuig na werktijd op de zaak laten staan, zodat aannemelijk is dat er niet privé mee gereden wordt.
Gebruik je een rittenregistratie-app of black box, houd er dan rekening mee dat het karakter van de rit (zakelijk of privé) altijd handmatig ingevoerd moet worden. Bewaar ondersteunend materiaal zoals agenda's, tankbonnen en facturen.
6. Woon-werkverkeer telt anders voor de inkomstenbelasting dan voor de btw
Voor de inkomsten- en loonbelasting is woon-werkverkeer zakelijk. Die kilometers tellen dus niet mee in je privégebruik. Voor de btw is woon-werkverkeer juist privé. Dat betekent dat je een btw-correctie voor privégebruik kunt hebben terwijl er voor de inkomstenbelasting niets te belasten valt.
Bestaat je privégebruik uitsluitend uit woon-werkverkeer? Dan hoef je voor de btw geen volledige rittenregistratie bij te houden. Je bepaalt de afstand woon-werk en houdt bij hoe vaak je die rit maakt, of je rekent met het forfait van 214 werkdagen per jaar.
7. De keuze zakelijk of privé is niet altijd vrij
Als zzp'er of eenmanszaak val je onder de regels van vermogensetikettering. Grofweg:
- Minder dan 10 procent zakelijk gebruik: het voertuig mag niet op de zaak.
- Tussen 10 en 90 procent: je mag zelf kiezen. Dit heet keuzevermogen.
- Meer dan 90 procent zakelijk: het voertuig moet verplicht op de zaak.
Die keuze maak je in het jaar van aanschaf en je kunt er later meestal niet meer op terugkomen. Schat vooraf dus goed in hoeveel je zakelijk gaat rijden en reken de hele verwachte gebruiksperiode door, niet alleen het eerste jaar. Houd je het voertuig privé, dan zijn de kosten niet aftrekbaar, maar mag je wel 0,23 euro per zakelijke kilometer van je winst aftrekken. Je hebt dan ook geen bijtelling.
Voor de btw maak je een aparte keuze, los van de inkomstenbelasting. Soms is het voordelig om het voertuig voor de btw wel op de zaak te zetten en voor de inkomstenbelasting privé te houden.
8. Op een scooter zit geen bpm en geen wegenbelasting
Dit is een van de grootste verschillen binnen de categorie tweewielers. Bpm wordt alleen geheven op een motorrijwiel. Op een bromfiets, snorfiets of scooter zit geen bpm. Ook motorrijtuigenbelasting geldt alleen voor de motor, niet voor de bromfiets, snorfiets of scooter.
De tarieven voor 2026 voor een motor:
- Netto catalogusprijs tot en met 2.133 euro: 9,6 procent bpm.
- Netto catalogusprijs boven 2.133 euro: 19,4 procent, verminderd met 210 euro.
- Volledig elektrische motor: een vast bedrag van 206 euro, ongeacht de cataloguswaarde.
- Motorrijtuigenbelasting: 31,20 euro per kwartaal, oftewel 124,80 euro per jaar. Voor elektrische of hybride motoren geldt geen korting.
Motoren van 40 jaar en ouder zijn vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting. Voor motoren die voor 1 januari 1988 in gebruik zijn genomen maar nog geen 40 jaar oud zijn, bestaat een overgangsregeling met een kwarttarief.
9. Investeringsaftrek kan wel, maar niet bij elke financieringsvorm
Koop je de motor of scooter, of zet je hem in via financial lease, dan word je fiscaal als eigenaar gezien. Je activeert het voertuig op de balans, schrijft erop af en kunt kleinschaligheidsinvesteringsaftrek claimen. De kia bedraagt in 2026 maximaal 28 procent en geldt vanaf een investering van 450 euro. Bij operational lease heb je die aftrek niet, omdat je daar alleen een gebruiksrecht koopt. Je trekt dan wel de leasetermijnen van je winst af.
Twee aandachtspunten bij afschrijven. De maximale jaarlijkse afschrijving is 20 procent van de aanschafwaarde, en je moet rekening houden met een restwaarde. Bij hoge kilometrages kan het dus voorkomen dat je fiscaal minder afschrijft dan de werkelijke waardedaling. En verkoop je het voertuig binnen vijf jaar na het begin van het aanschafjaar, dan krijg je te maken met een desinvesteringsbijtelling en betaal je een deel van de aftrek terug.
Investeer je in een elektrische variant, kijk dan ook naar de milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving. Voorwaarde is dat het bedrijfsmiddel op de milieulijst staat en dat je de investering binnen drie maanden aanmeldt bij RVO.
10. De pseudo-eindheffing van 2027 raakt motoren en scooters niet
Per 1 januari 2027 komt er naar verwachting een pseudo-eindheffing van 12 procent voor werkgevers die hun personeel laten rijden in een auto van de zaak op fossiele brandstof. Die heffing geldt uitsluitend voor personenauto's in de M1-categorie. Een motor of scooter valt daar niet onder.
Voor werkgevers die hun wagenpark nog niet volledig kunnen elektrificeren, kan een tweewieler daarmee een interessant alternatief zijn binnen een mobiliteitsregeling. Wil je weten wat er nu al verandert rond de auto van de zaak, lees dan ons artikel over wat er verandert aan de bijtelling en waar de kansen liggen.
Wanneer is een motor of scooter van de zaak interessant?
Er is geen algemeen antwoord. De uitkomst hangt af van vier dingen: hoeveel zakelijke en hoeveel privékilometers je rijdt, hoe hoog je jaarlijkse kosten en afschrijving zijn, of je in aanmerking komt voor investeringsaftrek of subsidies, en welke financieringsvorm je kiest.
De vuistregel uit de praktijk: rijd je veel privé, dan is het meestal voordeliger om het voertuig privé te houden en 0,23 euro per zakelijke kilometer af te trekken. Zijn de kosten en afschrijving hoog en is het privégebruik laag, dan is op de zaak zetten vaak gunstiger. Reken het door voor je eigen situatie, en laat een fiscalist meekijken als het om een duurdere motor gaat of om meerdere voertuigen per persoon. Juist dan stelt de Belastingdienst eerder vragen over de vermogensetikettering.
Benieuwd wat er voor jouw onderneming mogelijk is qua zakelijke financiering? Start dan hier de lease berekening voor jouw motorfiets of auto.