Fossiele auto van de zaak? Vanaf 2027 betaal jij als ondernemer fors extra
Update: 7 april 2026
Vanaf 1 januari 2027 wordt het voor werkgevers flink duurder om werknemers een zakelijke auto met verbrandingsmotor ter beschikking te stellen voor privégebruik. Het kabinet heeft een nieuwe fiscale maatregel ingevoerd: de pseudo-eindheffing. Deze heffing is onderdeel van het Belastingplan 2026, dat definitief is aangenomen, en komt bovenop de bestaande bijtelling die werknemers al betalen.
De maatregel raakt niet alleen benzine- en dieselauto's, maar ook hybrides en plug-in hybrides. Alleen volledig elektrische auto's en waterstofauto's zijn uitgezonderd. Voor zzp'ers met een eenmanszaak verandert er niets, maar voor DGA's, werkgevers en bedrijven met een wagenpark des te meer.
Wat houdt de pseudo-eindheffing in?
De pseudo-eindheffing is een extra belasting die de werkgever betaalt wanneer een fossiele personenauto ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer voor privégebruik. De heffing bedraagt 12 procent van de cataloguswaarde van de auto per jaar. Dit is een werkgeversheffing: doorbelasten aan de werknemer is wettelijk verboden.
De heffing wordt berekend per hele kalendermaand. Als de auto slechts een deel van de maand beschikbaar is gesteld, is toch de volledige maandheffing verschuldigd. Over een heel jaar komt de berekening neer op:
Pseudo-eindheffing = 12% x cataloguswaarde (inclusief BTW en BPM)
Voorbeeldberekeningen
Voorbeeld 1: middenklasse auto
Auto: Volkswagen Golf
Cataloguswaarde: €40.000
Pseudo-eindheffing: 12% x €40.000 = €4.800 per jaar
Per maand: €400 extra kosten voor de werkgever
Voorbeeld 2: premium leaseauto
Auto: BMW 3 Serie
Cataloguswaarde: €55.000
Pseudo-eindheffing: 12% x €55.000 = €6.600 per jaar
Per maand: €550 extra kosten voor de werkgever
Voorbeeld 3: bedrijfswagen als personenauto
Auto: Mercedes-Benz V-Klasse (M1-classificatie)
Cataloguswaarde: €70.000
Pseudo-eindheffing: 12% x €70.000 = €8.400 per jaar
Per maand: €700 extra kosten voor de werkgever
Deze bedragen komen bovenop de reguliere kosten van de auto: lease, brandstof, wegenbelasting, verzekering en de bijtelling die de werknemer betaalt. Het is puur een extra heffing voor de werkgever.
Drie cruciale verschillen met de reguliere bijtelling
De pseudo-eindheffing lijkt op de bijtelling, maar er zijn belangrijke verschillen die de maatregel strenger maken:
1. Woon-werkverkeer telt als privégebruik
Bij de reguliere bijtelling geldt woon-werkverkeer als zakelijk. Bij de pseudo-eindheffing niet. Woon-werkverkeer wordt hier aangemerkt als privégebruik. Dat betekent dat vrijwel elke werknemer die met de auto naar kantoor rijdt, onder de heffing valt.
2. De 500-kilometergrens geldt niet
Bij de bijtelling kun je de heffing voorkomen als je aantoonbaar minder dan 500 kilometer per jaar privé rijdt. Bij de pseudo-eindheffing bestaat die ondergrens niet. Zelfs als een werknemer de auto uitsluitend voor woon-werkverkeer gebruikt, is de heffing verschuldigd.
3. De werkgever betaalt, niet de werknemer
De bijtelling wordt ingehouden op het loon van de werknemer. De pseudo-eindheffing betaalt de werkgever en mag niet worden doorbelast. Het is een directe kostenpost op de bedrijfsresultaten.
Voor wie geldt de maatregel?
Wel pseudo-eindheffing:
- Werkgevers die vanaf 1 januari 2027 een nieuwe fossiele personenauto ter beschikking stellen aan werknemers voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer)
- DGA's die vanuit hun BV een fossiele personenauto ter beschikking gesteld krijgen
- Fossiele poolauto's die door wisselende werknemers privé worden gebruikt
- Hybride en plug-in hybride auto's (alle auto's met CO₂-uitstoot boven 0 gram per kilometer)
Geen pseudo-eindheffing:
- Volledig elektrische auto's en waterstofauto's
- Bestelauto's die minder dan 500 kilometer per jaar privé worden gebruikt
- Zzp'ers met een eenmanszaak (zij betalen inkomstenbelasting, geen loonbelasting)
- Auto's die uitsluitend zakelijk worden gebruikt zonder woon-werkverkeer
- Vrachtwagens en tractors
Overgangsregeling: tot 17 september 2030
Auto's die vóór 1 januari 2027 al aan een werknemer ter beschikking zijn gesteld, vallen onder een overgangsregeling. Tot 17 september 2030 hoeft voor deze auto's geen pseudo-eindheffing te worden betaald.
De timing van leasecontracten wordt daarmee fiscaal bepalend:
Scenario 1 (gunstig):
Je stelt per 1 december 2026 een fossiele leaseauto ter beschikking met een contract van 48 maanden. Het contract loopt tot december 2030. De auto valt onder het overgangsrecht. Tot 17 september 2030 geen heffing. Over de periode 17 september tot en met december 2030 (4 maanden) is de heffing wel verschuldigd.
Scenario 2 (ongunstig):
Je stelt per 1 februari 2027 een fossiele leaseauto ter beschikking. De overgangsregeling is niet van toepassing. Vanaf de eerste maand betaal je de volledige pseudo-eindheffing.
Het overgangsrecht is gekoppeld aan het voertuig en het moment van eerste terbeschikkingstelling, niet aan de werknemer. Bij een poolauto die na 2027 aan een nieuwe werknemer wordt toegewezen, kan de overgangsregeling vervallen.
DGA's: let extra op
Als directeur-grootaandeelhouder val je ook onder deze maatregel wanneer je vanuit je persoonlijke holding een fossiele personenauto ter beschikking gesteld krijgt. Je BV betaalt dan de pseudo-eindheffing. Dit is een extra kostenpost bovenop de bijtelling die je als DGA al betaalt.
De combinatie kan fors oplopen. Bij een auto met een cataloguswaarde van €50.000 betaal je als DGA:
- Bijtelling: 22% x €50.000 = €11.000 (belast bij de DGA)
- Pseudo-eindheffing: 12% x €50.000 = €6.000 (betaald door de BV)
Samen: €17.000 per jaar aan fiscale lasten op dezelfde auto. Bij een elektrische auto vervalt de pseudo-eindheffing volledig en profiteer je in 2027 nog van 20 procent bijtelling over de eerste €30.000.
Context: recordprijzen aan de pomp maken het extra urgent
De timing van de pseudo-eindheffing is ongelukkig voor werkgevers die fossiel rijden. Door de oorlog in Iran en de blokkade van de Straat van Hormuz zijn de brandstofprijzen gestegen naar recordhoogte. Benzine kost inmiddels rond de €2,60 per liter, diesel zelfs €2,80.
Werkgevers met een fossiel wagenpark worden daardoor van twee kanten geraakt: hogere brandstofkosten nu en een extra belasting van 12 procent per auto vanaf 2027. Voor een bedrijf met tien fossiele leaseauto's met een gemiddelde cataloguswaarde van €45.000 betekent dat €54.000 per jaar aan pseudo-eindheffing alleen.
Politieke ontwikkelingen: mogelijke bijstellingen
Hoewel de pseudo-eindheffing definitief is aangenomen, zijn er signalen dat de uitwerking nog kan worden bijgesteld. Staatssecretaris van Financiën Eerenberg heeft in het Commissiedebat Fiscaliteit van 11 maart 2026 toegezegd de Tweede Kamer voor de zomer te informeren over ongewenste neveneffecten van de maatregel.
Werkgeversorganisaties hebben aangedrongen op aanpassingen, onder meer voor situaties met tijdelijk vervangend vervoer. De Belastingdienst heeft vooralsnog aangegeven geen uitzonderingen te willen toestaan.
Wat kun je nu doen?
Als werkgever met een wagenpark
- Breng in kaart welke leasecontracten wanneer aflopen en welke auto's na 2027 vernieuwd moeten worden
- Bereken de financiële impact: 12% van de cataloguswaarde per auto per jaar
- Overweeg om lopende contracten die in 2027 aflopen te verlengen of vóór 2027 te vervangen (overgangsrecht)
- Onderzoek elektrische alternatieven: die zijn volledig vrijgesteld van de heffing
- Pas je mobiliteitsbeleid en autoreglement tijdig aan
Als DGA met een fossiele auto via de BV
- Reken de totale fiscale lasten door: bijtelling plus pseudo-eindheffing
- Vergelijk met de kosten van een volledig elektrische auto
- Overweeg om vóór 2027 een nieuw contract af te sluiten en zo gebruik te maken van het overgangsrecht
Als zzp'er met een eenmanszaak
Voor jou verandert er niets. De pseudo-eindheffing geldt alleen binnen de loonbelasting. Je betaalt als zzp'er inkomstenbelasting, niet loonbelasting, en valt daardoor buiten deze maatregel. Je bestaande bijtellingsregels blijven ongewijzigd.
Wel is het verstandig om rekening te houden met andere fiscale ontwikkelingen die fossiel rijden duurder maken, zoals de stijgende BPM-tarieven, het aflopen van de accijnskorting in 2027 en de Europese CO₂-heffing (ETS2) in 2028.
Elektrisch als alternatief: wat levert het op?
De pseudo-eindheffing maakt elektrisch rijden relatief aantrekkelijker voor werkgevers. Een overzicht van de voordelen:
- Geen pseudo-eindheffing (besparing van 12% cataloguswaarde per jaar)
- Bijtelling in 2026: 18% over de eerste €30.000, 22% over het meerdere
- Bijtelling in 2027: 20% over de eerste €30.000, 22% over het meerdere
- Vanaf 2028: 22% over de volledige cataloguswaarde (voordeel verdwijnt)
- Lagere wegenbelasting tot 2030 (75% van het normale tarief in 2026)
- Geen brandstofkosten aan de pomp
Bij een elektrische auto met een cataloguswaarde van €45.000 bespaar je als werkgever €5.400 per jaar aan pseudo-eindheffing. Over een leasecontract van vier jaar is dat €21.600. Daar komen de lagere brandstofkosten voor de werknemer nog bij.
Conclusie: nu handelen voorkomt hoge kosten
De pseudo-eindheffing van 12 procent over de cataloguswaarde is een forse kostenpost die veel werkgevers nog niet hebben begroot. De maatregel is definitief, de inwerkingtreding staat vast en de overgangsperiode is beperkt. Wie na 1 januari 2027 een fossiele auto ter beschikking stelt, betaalt direct.
De combinatie van de pseudo-eindheffing, recordbrandstofprijzen en stijgende BPM-tarieven maakt fossiel rijden in de zakelijke markt steeds minder aantrekkelijk. Elektrisch rijden wordt daarmee niet alleen een duurzame, maar ook een financieel logische keuze.
Wil je weten welke elektrische auto's beschikbaar zijn via financial lease? Bekijk het elektrische aanbod of gebruik de financial lease calculator om je maandlasten door te rekenen. Bij FinancialLeaseZZP kun je ook leasen zonder aanbetaling en zelfs zonder jaarcijfers.