Pseudo-eindheffing: wat verandert er en waar liggen kansen?

Update: 9 september 2026

Op Prinsjesdag 2025 kondigde het kabinet plannen aan die ingrijpende gevolgen hebben voor ondernemers met zakelijke auto’s. Het Belastingplan 2026 is inmiddels door zowel de Tweede als de Eerste Kamer aangenomen (respectievelijk 27 november en 16 december 2025). In juni 2026 pakte staatssecretaris Eerenberg in een Kamerbrief de grootste knelpunten van de pseudo-eindheffing aan en legde hij vier opties voor de youngtimerregeling op tafel. Het kabinet zou daar in augustus een keuze uit maken. Die keuze is er op dit moment nog niet. Hieronder de relevante maatregelen in kaart, de gevolgen voor ondernemers (en zzp’ers) met een auto via financial lease, en de strategieën om slim in te stappen.

Stand van zaken: alles komt aan op Prinsjesdag

Prinsjesdag valt dit jaar op dinsdag 15 september 2026. Op die dag presenteert het kabinet het pakket Belastingplan 2027. Dat pakket moet de maatregelen bevatten die sinds juni zijn aangekondigd maar nog geen wet zijn.

  • De drie vrijstellingen op de pseudo-eindheffing (vervangend vervoer, korte inzet, lesauto’s) zijn aangekondigd maar nog niet wettelijk vastgelegd. De uitwerking wordt verwacht in het Belastingplan 2027.
  • De verlenging van de overgangstermijn van 17 september 2030 naar 1 januari 2031 staat eveneens nog niet in de wet. Formeel geldt op dit moment nog 17 september 2030.
  • Over het afbouwpad van de youngtimerregeling is nog geen knoop doorgehakt. Het kabinet zou in augustus kiezen, maar publiceerde daar geen besluit over. De commissie Financiën van de Eerste Kamer vroeg op 30 juni en 14 juli 2026 naar de voortgang.
  • Ook over de greentimerregeling voor gebruikte elektrische auto’s ligt er nog geen besluit.

Wat wel al vaststaat: de pseudo-eindheffing zelf is aangenomen wetgeving en gaat per 1 januari 2027 in. Dat verandert niet meer. De discussie gaat over de uitzonderingen, niet over de heffing.

De belangrijkste deadline blijft ongewijzigd: wie gebruik wil maken van het overgangsrecht, moet de auto uiterlijk 31 december 2026 ter beschikking hebben gesteld. Dat is over ruim drie maanden.

Belangrijk voor ondernemers: bestelauto’s vallen buiten de heffing

De pseudo-eindheffing geldt uitsluitend voor personenauto’s. Bestelauto’s op grijs kenteken vallen er volledig buiten, ongeacht de brandstof en ongeacht wanneer ze ter beschikking zijn gesteld. Ook motoren en andere voertuigen die fiscaal geen personenauto zijn, blijven buiten schot.

Voor ondernemers die met hun personeel voornamelijk in bestelauto’s rijden, verandert er dus niets aan de heffing. Wel geldt voor deze groep een aparte tijdelijke maatregel, zie de paragraaf over de motorrijtuigenbelasting verderop.

Pseudo-eindheffing op fossiele auto’s: nu wetgeving

De pseudo-eindheffing is onderdeel van het Belastingplan 2026 en daarmee definitief aangenomen. Vanaf 1 januari 2027 geldt een extra werkgeversheffing voor personenauto’s met CO₂-uitstoot (benzine, diesel, lpg én hybride) die een werkgever ter beschikking stelt voor privégebruik.

  • De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm) per jaar.
  • Voor auto’s ouder dan 25 jaar geldt de heffing over de waarde in het economische verkeer.
  • De heffing is volledig voor rekening van de werkgever. Doorbelasten aan de werknemer is wettelijk verboden.
  • Woon-werkverkeer telt voor de pseudo-eindheffing mee als privégebruik, anders dan bij de reguliere bijtelling.
  • De heffing wordt berekend per hele kalendermaand. Als een auto slechts een deel van de maand beschikbaar is gesteld, geldt toch de volledige maandheffing.
  • De 500-kilometergrens uit de bijtelling geldt hier niet. Voor de pseudo-eindheffing mag er nul kilometer privé worden gereden, inclusief woon-werkverkeer. Wie de heffing wil vermijden, moet aantoonbaar uitsluitend zakelijk gebruik kunnen laten zien.
  • De heffing over 2027 moet uiterlijk worden voldaan bij de tweede loonaangifte in 2028 (februari 2028). Werkgevers mogen ook gedurende het jaar afdragen via een schatting met eindafrekening.
  • Er komt een bepaling die samenloop voorkomt met de pseudo-eindheffing op hoge vertrekvergoedingen, zodat er geen dubbele heffing kan ontstaan.

De pseudo-eindheffing komt bovenop de reguliere bijtelling die de werknemer betaalt. Het zijn twee afzonderlijke regelingen naast elkaar.

Rekenvoorbeeld: een fossiele auto met een cataloguswaarde van € 50.000 levert een extra werkgeversheffing op van € 6.000 per jaar, oftewel € 500 per maand bovenop de bestaande kosten.

De aangekondigde vrijstellingen

Naar aanleiding van een brandbrief van BOVAG en negentien andere branche- en werkgeversorganisaties heeft het kabinet in juni 2026 drie gerichte uitzonderingen aangekondigd. Deze worden uitgewerkt in het Belastingplan 2027 en zijn dus nog niet definitief.

  • Vervangend vervoer: voor vervangende auto’s die maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen worden ingezet bij onderhoud, reparatie, schadeherstel of een bandenwissel geldt een vrijstelling. Het maakt niet uit of de vervangende auto elektrisch of fossiel is. Daarmee vervalt het knelpunt dat een werkgever bij elke garagebeurt over een vervangende fossiele auto pseudo-eindheffing zou moeten betalen.
  • Overige korte zakelijke inzet: voor andere kortdurende terbeschikkingstellingen, zoals verhuur, geldt een tijdelijke uitzondering tot 1 januari 2031. De maximale duur is zeven aaneengesloten kalenderdagen, met een limiet van één keer per jaar per kenteken per werkgever. Deze beperking voorkomt dat met wisselende kortdurende terbeschikkingstellingen de heffing wordt omzeild.
  • Lesauto’s: rijschoolauto’s worden volledig vrijgesteld. Lesauto’s kunnen niet massaal elektrificeren, omdat een leerling moet leren schakelen voor het volwaardige rijbewijs B.

Bij terbeschikkingstellingen langer dan zeven dagen blijft de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari 2027 onverkort van toepassing. Daaronder vallen vrijwel alle (short)leasecontracten en voorloopauto’s. Volgens onderzoek van BOVAG onder de eigen leden heeft een derde van de autoverhuurvestigingen een gemiddelde huurtermijn van meer dan een week, waardoor de zeven-dagenregel voor die groep beperkt soelaas biedt.

Wat is niet opgelost?

Twee belangrijke knelpunten uit de branche blijven onopgelost:

  • Dealerdemo’s: er komt geen vrijstelling voor demovoertuigen. Dat blijft een knelpunt voor dealerbedrijven, omdat de samenstelling van de demovloot door de importeur wordt bepaald en zowel fossiele als elektrische uitvoeringen beschikbaar moeten zijn.
  • Meenemen naar nieuwe werkgever: als een werknemer een fossiele auto van de zaak meeneemt naar een nieuwe werkgever, geldt dit als een nieuwe terbeschikkingstelling. Daarmee wordt de pseudo-eindheffing direct verschuldigd, ook als de auto al onder de overgangsregeling viel.

Overgangsregeling: wat er nu geldt en wat er moet veranderen

  • Auto’s die vóór 1 januari 2027 al ter beschikking zijn gesteld, vallen onder een overgangsregeling.
  • Volgens de aangenomen wet loopt die regeling tot 17 september 2030. Het kabinet wil die einddatum verleggen naar 1 januari 2031, zodat werkgevers hun administratie niet midden in een boekjaar hoeven aan te passen. Dat voorstel wordt verwacht bij Prinsjesdag 2026 en is dus nog geen wet.
  • Het overgangsrecht is gekoppeld aan het loonheffingennummer van de werkgever, niet aan de auto of aan de persoon van de werknemer.
  • Stelt dezelfde werkgever de auto tijdens de overgangstermijn beschikbaar aan een andere werknemer op hetzelfde loonheffingennummer? Dan blijft het overgangsrecht in stand.
  • Bij een fusie of overname blijft het overgangsrecht behouden, omdat de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude.
  • Wisselt de werknemer van werkgever met een ander loonheffingennummer, ook binnen hetzelfde concern? Dan vervalt het overgangsrecht en is de heffing direct verschuldigd.

Consequentie: wie in 2025 of 2026 een leasecontract afsluit, kan tot het einde van de overgangstermijn buiten de pseudo-eindheffing blijven. Een contract dat per 1 januari 2026 ingaat met een looptijd van vijf jaar loopt af op 31 december 2030. Onder de voorgestelde einddatum van 1 januari 2031 valt dat contract volledig binnen het overgangsrecht. Onder de wet zoals die er nu staat, met 17 september 2030 als einddatum, vallen de laatste ruim drie maanden er alsnog buiten. Dat verschil wordt pas duidelijk als het Belastingplan 2027 is aangenomen.

Aandachtspunten uit de praktijk

  • Poolauto’s: een poolauto die uitsluitend zakelijk wordt gebruikt en niet voor woon-werkverkeer, valt buiten de heffing. Mag de auto ook privé worden gebruikt, dan is over de gehele kalendermaand pseudo-eindheffing verschuldigd per werknemer aan wie de auto ter beschikking is gesteld, ook bij één dag gebruik. Een poolauto die voor vijf medewerkers privé beschikbaar is, kan dan leiden tot vijf keer de heffing.
  • Bewijslast: omdat de nulgrens strikt is, moet een werkgever kunnen aantonen dat er geen privékilometers en geen woon-werkkilometers worden gereden. Een schriftelijk verbod met sluitende vastlegging is daarvoor het uitgangspunt.
  • Inventariseer de concernstructuur: een inventarisatie van het wagenpark alleen is niet genoeg. Omdat het loonheffingennummer bepalend is, verdient ook de vraag aandacht bij welke entiteit auto’s zijn ondergebracht.

Youngtimerregeling: nog altijd geen keuze

Via een amendement van Kamerleden Grinwis (ChristenUnie) en Oosterhuis (D66) is eind 2025 de youngtimerregeling fors versoberd. Per 1 januari 2026 verschoof de minimumleeftijd van 15 naar 16 jaar, en per 1 januari 2027 stijgt de grens naar 25 jaar. Voor auto’s tussen 16 en 25 jaar vervalt daarmee het fiscale voordeel volledig.

Na een herstelmotie van diezelfde Kamerleden op 31 maart 2026 legde staatssecretaris Eerenberg in zijn Kamerbrief van 22 juni 2026 vier opties voor om de regeling te repareren of geleidelijker af te bouwen:

  1. De youngtimerregeling blijft ongewijzigd voor alle auto’s van 16 jaar en ouder.
  2. Auto’s met een datum eerste ingebruikname van 31 december 2010 of eerder blijven voor altijd in de youngtimerregeling. Voor auto’s met een later bouwjaar gaat de leeftijdsgrens naar 25 jaar.
  3. Auto’s met een datum eerste ingebruikname van 31 december 2010 of eerder mogen tot uiterlijk 31 december 2031 gebruik blijven maken van de regeling. Daarna geldt de leeftijdsgrens van 25 jaar.
  4. De leeftijdsgrens gaat per 2027 naar 17 jaar, per 2028 naar 20 jaar en per 2032 naar 25 jaar.

De Kamerbrief presenteert deze tabel uitdrukkelijk ter illustratie en merkt op dat ook andere paden mogelijk zijn. Het is dus geen gesloten keuzemenu. Let ook op het criterium: het gaat om de datum eerste ingebruikname, niet om de datum van tenaamstelling.

Waar het op vastloopt: de dekking

Optie 3 is wat de branche wil en is verreweg de duurste: structureel ongeveer 36 miljoen euro per jaar. De andere drie opties lopen af naar ongeveer 4 miljoen euro. Voor geen van de opties is financiële dekking geregeld. De indieners van de motie suggereerden de dekking te zoeken in een hoger bijtellingspercentage over de economische waarde, dus boven de huidige 35%.

Daar komt bij dat het kabinet de youngtimerregeling en de greentimerregeling expliciet aan elkaar koppelt. Hoe ruimer de youngtimerregeling wordt gerepareerd, hoe minder budget er overblijft voor de greentimerregeling. Het kabinet noemt dat zelf kiezen in schaarste.

De markt reageert al

De onzekerheid heeft meetbaar effect. In de eerste vijf maanden van 2026 zijn ruim 40.000 minder youngtimers verkocht dan in dezelfde periode in 2025. Binnen het segment van veelgebruikte youngtimers zakte het aantal verkochte auto’s van 182.418 naar 163.982 exemplaren. Tegelijk steeg de verkoop van zakelijke auto’s tussen 25 en 30 jaar oud met 53 procent, precies de categorie die onder elke variant buiten schot blijft.

Let op: zolang er geen wetswijziging ligt, blijft de huidige wet van kracht. Per 1 januari 2027 gaat de grens dus formeel naar 25 jaar, tenzij de reparatie in het Belastingplan 2027 wordt verwerkt en door beide Kamers komt. Dat laatste gebeurt normaal gesproken pas in december.

Greentimerregeling voor gebruikte elektrische auto’s

De greentimerregeling, ook wel e-timerregeling genoemd, moet gebruikte elektrische auto’s aantrekkelijker maken voor zakelijke rijders. Het kabinet denkt aan een bijtellingskorting voor elektrische auto’s van vijf tot acht jaar oud. Achterliggend doel is dat gebruikte EV’s in Nederland blijven, in plaats van na afloop van het leasecontract massaal naar het buitenland te verdwijnen.

De redenering achter de leeftijdsgrens is concreet. Volgens de verkenning is een acht jaar oude EV gemiddeld 18 procent meer afgeschreven dan een vijf jaar oude EV, wat neerkomt op ongeveer 7.000 euro. Door de auto drie jaar langer zakelijk in Nederland te houden, komt hij op een gunstiger prijsniveau bij particuliere kopers terecht. Dat versterkt de tweedehands EV-markt en helpt zo ook de afschrijving op nieuwe EV’s te beperken.

Ook hier ligt nog geen besluit. Zowel het invoeringsjaar als de budgettaire derving werden na de zomer nog onderzocht.

Bijtelling elektrische auto’s: trapsgewijze verhoging

Dankzij het amendement uit eind 2025 is de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s langer behouden dan oorspronkelijk gepland:

  • 2025: 17% bijtelling over de eerste € 30.000 cataloguswaarde, 22% daarboven.
  • 2026: 18% over de eerste € 30.000, 22% daarboven.
  • 2027: 20% over de eerste € 30.000, 22% daarboven.
  • Vanaf 2028: 22% over de volledige cataloguswaarde (gelijk aan niet-elektrische auto’s).

Als een elektrische auto in 2026 of 2027 wordt aangeschaft, geldt de korting 60 maanden lang vanaf de eerste toelating. Het kabinet doet daarnaast onderzoek naar de forfaitaire bijtellingspercentages zelf, om vast te stellen of die het genoten voordeel nog voldoende weerspiegelen.

Motorrijtuigenbelasting: tijdelijke halvering voor bestelauto’s

Vanwege de gestegen brandstofprijzen door de oorlog in het Midden-Oosten heeft het kabinet de motorrijtuigenbelasting tijdelijk verlaagd. Voor ondernemers met een bestelauto is dit de meest concrete maatregel van 2026.

  • Btw-ondernemers die het ondernemerstarief voor bestelauto’s betalen, krijgen 50% korting op de mrb van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026.
  • Voorwaarde is dat de bestelauto voor meer dan 10% van de jaarlijks verreden kilometers voor de onderneming wordt gebruikt. Het gaat om voertuigen tot 3.500 kg die geen personenauto of autobus zijn.
  • De mrb wordt per tijdvak van drie maanden berekend. De korting geldt pas vanaf het eerste tijdvak dat op of na 1 juli 2026 begint, dus de ingangsdatum verschilt per kenteken.
  • Praktisch effect: doordat de korting per tijdvak loopt, kan het voordeel doorlopen tot in het eerste kwartaal van 2027.
  • Voor vrachtauto’s geldt in dezelfde periode een nihiltarief.

Hervorming van de grondslag: onderzoek loopt

Los daarvan onderzoekt het kabinet of de mrb structureel kan worden omgebouwd. De huidige mrb is gebaseerd op gewicht, maar het kabinet verkent een grondslag op basis van voertuigafmetingen (wielbasis maal spoorbreedte) of een aparte tarieftabel voor elektrische auto’s. Adviesbureau Revnext voert een impactanalyse uit naar de beleidseffecten, onder meer op verkeersveiligheid en ruimtegebruik. De Belastingdienst en de RDW beoordelen de uitvoerbaarheid, en het kabinet overlegt met de provincies over de gevolgen voor de provinciale opcenten. De resultaten worden voor eind 2026 verwacht. Invoering is niet voor 1 januari 2028 aan de orde.

Impact voor ondernemers en zzp’ers met een auto via financial lease

Voor zzp’er of eenmanszaak zonder personeel

Als je geen personeel hebt en je rijdt zelf met een zakelijke auto via jouw onderneming (bijvoorbeeld via financial lease), dan valt de pseudo-eindheffing niet op jou. De heffing geldt alleen voor werkgevers en inhoudingsplichtigen voor de loonbelasting. Dat geldt ook voor een vennoot in een vof of een deelnemer in een maatschap.

Let op de keerzijde: stel je als eenmanszaak of vof wél een fossiele personenauto ter beschikking aan een werknemer, dan geldt de heffing voor die auto gewoon.

Verder zijn er twee indirecte effecten om rekening mee te houden:

  • De versobering van de youngtimerregeling raakt zzp’ers direct. Per 2027 geldt de gunstige dagwaardebijtelling alleen nog voor auto’s van 25 jaar of ouder, tenzij een van de reparatieopties tijdig wordt vastgelegd.
  • De pseudo-eindheffing heeft indirect effect op leasetarieven en restwaarden, omdat fiscale factoren meespelen in de marktwaarde van occasion-leasecontracten en in de prijsstelling van nieuwe leasecontracten voor werkgevers.

Voor ondernemers met personeel of DGA’s

Als je personeel hebt, of als je via een BV een auto ter beschikking gesteld krijgt als DGA, dan wordt de pseudo-eindheffing direct relevant. Een DGA wordt voor de loonheffing als werknemer beschouwd.

  • De extra belastingdruk van 12% over de cataloguswaarde kan de totale kosten van een zakelijke personenauto substantieel verhogen.
  • Rijdt je personeel in bestelauto’s? Dan raakt de heffing je niet. De pseudo-eindheffing geldt alleen voor personenauto’s.
  • Bij een leasecontract dat vóór 2027 ingaat, valt de auto onder het overgangsrecht. Dat maakt contracten die in 2025 of 2026 starten relatief aantrekkelijk.
  • Bij contracten die na 1 januari 2027 starten, is de heffing direct verschuldigd vanaf het moment van terbeschikkingstelling.
  • De combinatie van pseudo-eindheffing en versoberde youngtimerregeling kan per 2027 een dubbele kostenstijging opleveren voor DGA’s met een fossiele personenauto tussen 16 en 25 jaar oud.

Risicofactoren

  • De pseudo-eindheffing en de versobering van de youngtimerregeling zijn aangenomen wetgeving. Beide gaan per 1 januari 2027 in als er niets verandert.
  • De vrijstellingen (vervangend vervoer, korte inzet, lesauto’s) en de verlegde einddatum naar 1 januari 2031 zijn aangekondigd, maar moeten nog via het Belastingplan 2027 wettelijk worden vastgelegd. De politieke kans dat dit doorgaat is groot, maar definitief is het pas na aanname door beide Kamers, doorgaans in december.
  • De reparatie van de youngtimerregeling staat nog open. Het kabinet zou in augustus 2026 kiezen, maar heeft dat besluit niet gepubliceerd. Duidelijkheid wordt nu verwacht bij het Belastingplan 2027.
  • De financiële dekking voor de youngtimer- en greentimerregeling is nog onduidelijk. Een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de dagwaarde is als dekkingsoptie genoemd.
  • Voor dealerdemo’s en voor het meenemen van een fossiele auto naar een nieuwe werkgever komt vooralsnog geen uitzondering.
  • De halvering van de mrb voor bestelauto’s is uitdrukkelijk tijdelijk en loopt af per 31 december 2026.
  • De MRB-hervorming naar voertuigafmetingen is nog in onderzoeksfase en wordt niet voor 2028 doorgevoerd.

Kansen en strategieën

Instappen vóór 1 januari 2027

  • Door vóór die datum een auto ter beschikking te stellen, val je onder het overgangsrecht voor de pseudo-eindheffing. Dat is nu de scherpste deadline: er zijn nog ruim drie maanden.
  • Houd er rekening mee dat de terbeschikkingstelling telt, niet de bestel- of registratiedatum. Bij levertijden van enkele maanden betekent dat nu handelen.
  • Bij contracten die doorlopen na afloop van de overgangstermijn reken je de pseudo-eindheffing pro rata mee in de totale kosten.

Leasecontracten afstemmen op de overgangstermijn

  • Plan leasecontracten zodanig dat de afloop vóór het einde van de overgangstermijn ligt.
  • Zolang de wetswijziging er niet is, reken je verstandig met 17 september 2030 en niet met 1 januari 2031. Blijkt de verlenging door te gaan, dan heb je marge over.
  • Start geen contract na 1 januari 2027 met een fossiele personenauto zonder de heffing volledig mee te begroten.

Kies voor nulemissieauto’s (EV of waterstof)

  • De pseudo-eindheffing geldt niet voor volledig elektrische auto’s of waterstofauto’s.
  • Elektrische auto’s profiteren in 2026 en 2027 nog van een verlaagde bijtelling (18% respectievelijk 20% over de eerste € 30.000).
  • Met de greentimerregeling in het vooruitzicht wordt ook een gebruikte EV van vijf tot acht jaar oud fiscaal interessanter, mits het voorstel definitief wordt.
  • Houd er rekening mee dat vanaf 2028 het bijtellingsvoordeel voor elektrische auto’s volledig vervalt (22% over de gehele cataloguswaarde).

Youngtimers: wacht af of anticipeer?

  • Rijd je nu in een youngtimer van 16 jaar of ouder? In 2026 verandert er niets. De grote verandering staat gepland per 1 januari 2027.
  • In drie van de vier reparatieopties speelt bouwjaar 2010 een aparte rol. Auto’s met een datum eerste ingebruikname van 31 december 2010 of eerder lijken in elk reparatiescenario het beste af.
  • Overweeg je nu de aankoop van een youngtimer met bouwjaar 2011 of later? Wees voorzichtig. Zolang er geen definitieve reparatie is, loop je het risico dat de bijtelling per 2027 overgaat naar 22% over de cataloguswaarde. Dat kan oplopen tot honderden euro’s per maand extra.
  • Bij een auto van 25 jaar of ouder zit je sowieso goed: die blijft onder de youngtimerregeling vallen, ongeacht de uitkomst van het politieke debat. De sterke groei in het segment 25 tot 30 jaar laat zien dat de markt daar al op inspeelt.
  • Leg de huidige waarde van je youngtimer vast met een onderbouwd taxatierapport. Die onderbouwing heb je nodig zolang de regeling van toepassing is, en anders voor de vraag of de auto naar privé moet.

Heronderhandel of vervroegd vernieuwen van leasecontracten

  • Onderzoek of je bestaande leasecontracten kunt vervroegen of heronderhandelen om vóór 2027 in de overgangsregeling te vallen.
  • In sommige gevallen kan het aantrekkelijk zijn een contract vervroegd te beëindigen, mits financieel haalbaar, om onder het overgangsrecht te vallen.
  • Let bij personeelswisselingen op het loonheffingennummer. Neemt een werknemer zijn auto mee naar een andere entiteit, dan ontstaat een nieuwe terbeschikkingstelling en vervalt het overgangsrecht.

Maak een fiscale en mobiliteitsplan voor 2026 tot en met 2031

  • Door nu te anticiperen op de fiscale druk kun je veranderingen geleidelijk spreiden.
  • Overweeg toekomstscenario’s: wat als de pseudo-eindheffing in latere jaren verder stijgt? Wat als de reparatie van de youngtimerregeling tegenvalt? Wat als de MRB straks op voertuigafmetingen wordt gebaseerd?
  • Betrek een fiscalist om het optimale moment en voertuig te kiezen, zeker bij een BV-constructie waar pseudo-eindheffing en bijtelling samenkomen.

Disclaimer: dit artikel is informatief bedoeld en bijgewerkt op basis van de stand van wetgeving en politieke ontwikkelingen per 9 september 2026. Op Prinsjesdag van 15 september 2026 wordt het Belastingplan 2027 gepresenteerd. Daarin worden naar verwachting de vrijstellingen voor de pseudo-eindheffing, de verlengde overgangstermijn en mogelijk het afbouwpad van de youngtimerregeling uitgewerkt. Raadpleeg altijd een fiscaal adviseur voor advies op maat.

Financial lease geeft kansen

Door voor financial lease te kiezen heb je de mogelijkheid om tussentijds jouw overeenkomst open te breken en van auto te wisselen. Op die manier kun je kiezen voor een lange looptijd, wat zorgt voor lagere maandlasten, en toch flexibel blijven.

Als je er aan toe bent dan kun je ook nu al kiezen voor een elektrische auto in combinatie met financial lease. Bij FinancialLeaseZZP.nl heb je keuze uit 2 duizend elektrische occasions vanaf € 99 per maand.